
Jongste zoon vertoeft in Spanje, land van de sinaasappels. Het bijna voorbije voetbalseizoen klinkt Tot el camp, es un clam wekelijks naast me op de bank. Weinig kan mij meer bekoren dan een Groningse jongeman die uit volle borst in het Catalaans zingt. Dankzij hem ben ik veel te weten gekomen. Hoe het werkt met een hoge verdedigingslijn waardoor de buitenspelval wordt ingezet. Hoe dit vervolgens kan mislukken. Ik constateer dat hij ontzettend chagrijnig is na een weer een vroege tegengoal, want: onnodig! Zoals zo vaak dit seizoen slaat de stemming om naar euforisch bij de gelijkmaker gevolgd door de winnende.
Door Ursula Sennema
De eerste wedstrijd die hij bezoekt is tegen Celta de Vigo. Zijn favoriet heet Raphael Dias Belloli, kortweg Raphinha. Ik vraag hem waarom. Zijn work rate. De intensiteit, bereidheid om alles te geven maar ook zijn heerlijke assists en goals.
Welke prijzen Raphinha nog zal pakken, nooit zal hij het record van Ten Boerster Wim van der Heide evenaren. Van der Heide voetbalde bij de vier noordelijke profclubs, niemand deed dat Wim ooit na en na het ter ziele gaan van SC Veendam zal dat ook niet meer gebeuren.
Wims wiegje staat in Groningen, in 1942. In de Hortensialaan in de Oosterparkwijk. Hij is enig kind in een arbeidersgezin, vader Frans is glazenwasser. Het leven voltrekt zich in de volksbuurt in de naoorlogse jaren op straat. Waar spruitjeslucht en de geur van bloemkool om voorrang strijden. In de zomer de zinken kinderbadjes op de stoep, vergezeld van gebloemde opklapstoelen. Een gat in je kop, een broek vol met scheuren, je moeder is daar, wat kan je gebeuren.
Vader voetbalt dichtbij huis, bij de Oosterparkers. Niet onverdienstelijk, de linksback krijgt betaald. Het voetbal wordt zijn zoon met de paplepel ingegoten. Maar Wim kiest zijn eigen pad, zoals hij zijn leven lang zou blijven doen. Hij meldt zich bij Gronitas. Op zijn vijftiende maakt hij zijn debuut in de hoofdmacht. Terugblikkend voor Wim het mooiste moment uit zijn voetballoopbaan. ‘Het was tegen Groninger Boys, het gevoel dat je als jonge jongen dan hebt, onbeschrijflijk.’
Best opmerkelijk is dat hij in 1963 gescout wordt door Heracles, alwaar hij zijn betaald voetbalcarrière start. Het betekent verhuizen naar een flatje in Almelo samen met zijn jeugdliefde Willy. Ze hebben elkaar ontmoet op de kermis in Oosterhoogebrug, waar Willy destijds woonde. In Almelo wordt zoon Frans geboren.
Daarna volgen PEC Zwolle, Cambuur, Veendam (met Leo Beenhakker als trainer), FC Groningen (met vijf seizoenen het langste verblijf), een tussenstop Omlandia in zijn woonplaats, waarna hij in 1979 zijn profcarrière afsluit bij Heerenveen. Hij voegt zich vervolgens wederom bij de amateurs in Ten Boer.
Frans heeft goede herinneringen aan de periode dat zijn vader bij de FC voetbalde. ‘Vaste prik was dat we soep aten bij opa en oma in de Hortensialaan en dan lopend naar het stadion. Als jochie van zeven, acht jaar ging ik daar voetballen met Erwin en Ronald Koeman en twee zoons van verzorger Johnny Visser. Op zo'n moment is dat heel gewoon, achteraf denk je, best bijzonder.’
In de jaren aan de Zaagmuldersweg voetbalt Wim met coryfeeën als Hugo Hovenkamp en Piet Fransen. Fransen groeit net als Wim op in de Hortensialaan. De mooiste bijvangst uit deze periode is wellicht de vriendschap met zijn Deense ploeggenoot Bjarne Jensen. De twee hebben een sterke klik, beiden van het nuchtere soort, en zijn tot de dag van vandaag bevriend. Jensen had later een café in het Deense Aalborg, als gezinnen brachten ze bezoek aan elkaar, met gezelligheid op de camping.
Wim is middenvelder, eentje die met zijn overzicht, strijdlust en uitstraling onmiskenbaar aanwezig is. Een gedreven speler die leidinggeeft in het veld, maar ook een technicus met een fluwelen balbehandeling. Bij Cambuur voetbalt hij samen met Johan Derksen. Derksen komt van de jeugdopleiding van de Go Ahead Eagles en heeft ontzag voor van der Heide, hij spreekt hem de eerste tijd aan met ‘meneer'. Derksen beschouwt van der Heide als zijn ‘grote, sierlijke leermeester', zo zou hij het later zeggen.
Teamgenoten bij FC Groningen lieten zich in de pers in niet mis te verstane bewoordingen over hem uit. ‘Een fenomeen. Met zijn kwaliteiten had hij het Nederlands elftal kunnen halen.’ Zou een rol hebben gespeeld dat hij een noorderling is?
Zwart-wit foto’s tonen een krachtige van der Heide. In een stampvol Oosterpark duellerend met Johan Neeskens en Wim Suurbier. Een jagende Wim op Johan Cruijff. Of Wim op een behandeltafel in een kleedkamer. Met bovenbenen om u tegen te zeggen. Wat opvalt is zijn gezichtsuitdrukking, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Wim kan spreken met zijn ogen.
Een speler die tegenover hem staat bij Viboa tegen Omlandia kan zich de onderlinge ontmoetingen nog goed herinneren. De twee vechten verhitte duels uit. ‘Op amateurniveau had Wim het soms moeilijk, met medespelers van een ander kaliber. Bij een goeie pass van hem die geen vervolg kreeg zag je hem denken en het hoofd schudden. Hij voelde zich dan onbegrepen.’
Van definitief afscheid als prof blijkt nog geen sprake nadat hij stopt bij FC Groningen om af te bouwen bij Omlandia. Hij wordt benaderd door Heerenveen dat er veel voor over heeft om hem in te lijven. Wim besluit hoog in de boom te gaan zitten maar tot zijn verrassing worden zijn financiële wensen ingewilligd. Heerenveen en de inmiddels 35-jarige Wim blijken twee seizoenen een uitstekende match. Zo goed dat een bestuurslid bij een Ten Boerster die Wim vergezelt naar het Friese land, polst: ‘Wat moeten we hem bieden dat hij nog een seizoen bij ons blijft.’ Maar Wims keuze is gemaakt, het is mooi geweest.
Dat seizoen terug bij Omlandia voetballen vader en zoon samen in één elftal. Voor vader en zoon een voetbaljaar om te koesteren. ‘Mijn pa stond laatste man en ik rechtsbuiten of rechtshalf. Tegenstanders herkenden hem, er werd over gesproken. Super om dat samen meegemaakt te hebben.’
Een andere periode die wat betreft plezier erbovenuit springt is die van de eerst vijf jaar van de jaren negentig. Wim is trainer bij de dames en vervult deze rol met verve. Dat zijn dochter Minet deel uitmaakt van dit team verklaart ongetwijfeld zijn betrokkenheid.
De leider en grensrechter uit die periode haalt het plakboek erbij. ‘Wim en ik hadden een duidelijke taakverdeling, dat werkte heel goed. Het was een prachtperiode. De dames dweepten met Wim. Hij heeft ze enorm veel bijgebracht met zijn ervaring. Bij trainingen was zijn motto alles met de bal. We zijn twee keer gepromoveerd waaronder naar de hoofdklasse.’
Het was ook een hechte groep buiten het veld. We hadden gezellige avonden in de kantine met sketches en karaoke, trainingskampen naar Ameland, toernooien buiten de provinciegrens en aan het einde van het seizoen met elkaar de stad in, zoals naar dancing Gdansk in de Poelestraat. Vrolijke plaatjes van vrolijke dames zijn getuige, Wim middenin in het feestgedruis, met zichtbaar goeie dansmoves!
Wim combineert de voetballerij met een loopbaan bij de provincie, bij het wegenbeheer. Hij voorziet als bestuurslid FC Groningen van raad en daad. Bij Omlandia is hij tweemaal ad-interim trainer. Hij blijft trouw aan wie hij is. Een man die zijn mening laat horen. Geen man van de grijstinten, maar van ja of nee. Hij kon eigenzinnig zijn, met principes waar hij niet van afweek, dat kon weleens botsen. Hij liep een keer het veld af toen tijdens de training een oefening niet volgens uitleg werd verricht. Maar hij kwam ook weer terug. Hij schroomde niet om zijn aanstaande schoonzoon te wisselen toen die zijn taken in het veld niet uitvoerde.
De mentaliteit van honderd procent inzet en toewijding in het veld blijkt ook in een latere fase in zijn leven van toepassing. Als zijn vrouw, zijn grote liefde, met ziekte te maken krijgt is het Wim die zich vervolgens volledig geeft om bij haar bij te staan, en dat vele jaren.
Van der Heide woont als kleine jongen op steenworp afstand van het Eemskanaal. In Ten Boer voetbalt hij naast het Damsterdiep. De straat waar hij nu ruim vijftig jaar woont is vernoemd naar een oude rivier in het Eemsmondgebied: de Fivel.
Raphinha groeit op in het Braziliaanse Porto Alegre, bij een rivierhaven, terwijl hij nu voetbalt bij de zeehaven in Barcelona. Hoe vaak heeft hij een balletje hooggehouden op het strand?
Andere saillante overeenkomst. Raphinha wordt gespot wanneer hij in de rust een sigaretje rookt, samen met de keeper. Hij omschrijft het als ‘een rustmoment’.
Wim krijgt in zijn Heerenveen-periode als enige in de kleedkamer in de rust een kop koffie met een sigaartje geserveerd. Zijn ploeggenoten krijgen thee en zeker geen sigaar. Een verworvenheid die hem toekomt, tekenend voor zijn status.