Droom
Als de jongens ‘s morgens uit bed komen vertellen ze menigmaal dat ze hebben gedroomd. De mededeling ‘ik had een hele mooie droom’ en de gelukzalige blik daarbij is jaloersmakend. De onderwerpen van hun dromen zijn negen van de tien keer: de klas, de vriendjes en het voetbalteam. En meestal een combinatie daarvan.
Moeder had laatst ook een droom met fraaie ingrediënten. Dit waren: voetbal, de derde helft en muziek. Mooie dromen gloeien met een beetje geluk nog de hele dag na, en zo ook dit keer.
Het was een verre uitwedstrijd. We gingen met de bus. Het was ergens in de provincie, diep in de provincie. Het was een volle bus. Ik mocht naast de leider zitten. De wedstrijd was spannend, negentig minuten lang golfde het spel heen en weer. Fraaie aanvallen, technische hoogstandjes, grote werklust. Er werden ook wel eens foutjes gemaakt, maar dat gaf niets; ze werden gecorrigeerd of vergeven en vergeten. Het uit- en thuispubliek stond door elkaar. Iedereen genoot. De spelers, de staf en de supporters. Alsof zij ooit een heimelijke overeenkomst hadden gesloten: van voetbal willen wij vooral genieten. De eindstand werd niet helemaal duidelijk, en deed er ook eigenlijk helemaal niet toe. Eén speler –de vrije trappenspecialist- schoot een vrije trap vanaf dertig meter met een snoeihard schot diagonaal in de kruising. Je kreeg bijna medelijden met het doelnet.
Het was een volle kantine na afloop. Er stonden lange rijen tafels. De bierflesjes bleven staan als trofeeën. Er klonk muziek en lachende dames schonken koffie en gerstenat. Er hing een sfeer van 5-0 winst, maar het bijzondere was: het leek alsof beide ploegen hadden gewonnen. Daar kwamen de trainers van beide clubs uit de bestuurskamer gelopen. Gebroederlijk naast elkaar en vrolijk lachend betraden zij de kantine. Ook de beide selecties kwamen eraan, de muziek ging nu een beetje harder.
Een dame draaide aan het Rad van Fortuin. Bij het roepen van het nummer klonk er luid gejoel. Vooral een groep in de hoek maakte veel kabaal. De eerste prijs –een rollade- ging naar de man die altijd in de prijzen viel. Bij een paar tafels werd gedobbeld, een tafel verder geklaverjast. Er werd rondgegaan met bittergarnituur, dit bleek een welkome zet. Sommigen hadden nog meer honger en prikten in een gehaktbal. Er werd meegezongen met de muziek, een vrouw stond op het punt te gaan dansen, nu alleen nog even haar vriendin zien mee te krijgen. Aan de bar waren een paar mensen getuige van een ontluikende liefde achter hen. Wie goed oplette, kreeg altijd veel mee.
De vriend was er ook, met zijn elftal. Ze stonden met elkaar om een statafel, de jongens van het vijfde. Het ging ze zichtbaar goed naar ‘t zin. Wanneer je een tijdje naar ze keek was er een bepaald patroon te zien. Om toerbeurt was er een speler aan het woord met een anekdote - vast uit de oude doos- , dan klonk er een lachsalvo en vervolgens namen zij allen een slokje bier. En dan weer van voren af aan.
Ineens zag ik ‘m daar zitten, aan het einde van de bar, met een lege barkruk naast hem. Op de andere barkruk zijn gitaar. Mijn muzikale held uit Erica. Wat bracht hem hier? Hij was toch een Man van de Muziek, toch niet een Man van de Sport? De droom slechtte alle obstakels, alle schroom viel weg. Ik liep naar hem toe en ging naast hem zitten. Zo moest het zijn, eindelijk durfde ik alles. Ik verzuchtte: ‘jij bent een Man van de Muziek’. Hij antwoordde door zijn gitaar te pakken. Zijn hele repertoire kwam voorbij. In die kantine, zo maar een concert.
Ondertussen deed iedereen datgene wat hij of zij zo graag deed. De voorzitter deelde schouderklopjes uit en liep goedkeurend rond. De trainer genoot tussen de flessen bier van het groepsproces van zijn selectie. De leider koesterde het materiaal: de ballen, de tassen, de spelers. Alles was intact en compleet. De aanvoerder vertelde de jongste telgen van het elftal hoe goed zij hadden gespeeld. De verzorgster vertroetelde de kwetsuurtjes. De wasvrouw reageerde verrukt op het zien van alle vuile voetbalwas. De supporters zetten voor de twintigste keer het clublied in. De mensen achter de bar tapten dat het een lieve lust was. De vrije trappenspecialist zat in stilte na te genieten van zijn wereldgoal. Die goal kwam in ieders gedachten weer voorbij. De lange aanloop…. het rechterbeen naar achteren, het publiek dat de adem inhoudt, het schot…en toen…
wakker!
Ursula Sennema


