Please update your Flash Player to view content.
Please update your Flash Player to view content.
Please update your Flash Player to view content.

De moeder van Dennis Loer

Waar twee mensen samen zijn ontstaat een natuurlijke taakverdeling. Lena knipt en plakt. Henk maakt foto’s, filmpjes, verzamelt beeldmateriaal. Op videobanden, later op schijf gezet. Samen staan ze langs de lijn. Altijd.

De doos is nauwelijks te tillen, zo vol. Plakboeken, presentatiegidsen, insteekhoezen, schriftjes van lang geleden. Onderwerp: een blond ventje, bezeten van de bal. Volwassen inmiddels. Vader van een zoon en een dochter.

Hoe het begon. Op de camping in Kropswolde ontmoet Lena Hendrik. Jaar of dertien, met een groep jongelui, waterpret op rubberbootjes op het Zuidlaardermeer, iedere zomer weer. Ze worden paar jaar later verliefd, zijn elkaars eerste grote liefde. Hendrik, voor de anderen Henk, voetbalt bij Hoogezand in het eerste elftal, in de hoofdklasse. Lena is van de partij, samen met Henks ouders, uit- en thuiswedstrijden. Fanatiek, enthousiast, maar ook kritisch, zoals ze zou blijven.

Het eerste huis samen is in de Tuinstraat in de binnenstad van Groningen. Er volgt een verhuizing naar de Ebbingestraat, waar in 1980 dochter Diana wordt geboren, drie jaar volgt zoon Dennis. Ze wonen inmiddels in de Gerbrand Bakkerstraat in de Oosterparkwijk, de plek waar Lena veel gezelligheid ervaart. Henk is inmiddels gestopt met voetballen, een blessure aan de kniebanden maakt doorvoetballen op niveau onmogelijk.

Geboren voetballer

De jongste spruit blijkt een geboren voetballer. Vanaf het moment dat hij kan lopen is hij bezig met de bal. Kan geen bal of ander rond voorwerp voorbij zonder dat hij ertegenaan moet trappen. Amper vijf jaar wordt hij door zijn oom die trainer is bij FC Lewenborg aangemoedigd hier te komen voetballen. Gelijk meedoen met wedstrijden bij de F-jes. Op het veld, aan de bal, is hij in zijn element. Het zou de opmaat blijken van een jeugd in teken van voetbal. Het gezin Loer verhuist naar Lewenborg, een plek aan de Lichtboei, drie stappen van het voetbalveld.

Henk en Lena zijn trouwe supporters en actief bij de oranjehemden. Henk is een aantal jaren leider en trainer van Dennis’ elftal. ‘Dat was een hele gezellige tijd. Samen met mijn zus zat ik in de feestcommissie. Als ik er aan terugdenk hoe leuk dat was; we deden Maywood na en met Hendrik Pé Daalemmer en Rooie Rinus, de lol die je dan samen hebt. Ik was gastdame, draaide bardiensten, was alle zaterdagen op het voetbalveld. Dan moest ik mijn best doen een glimp van Dennis op te vangen als hij zijn wedstrijden speelde op veld 3 en 4. Diana (ooit zou ze het schoppen tot miss FC Groningen) was inmiddels actief met paardrijden, maar vermaakte zich prima op het voetbalveld, dat ging vanzelf.’



Voor Dennis staat op de lagere school voetbal op nummer 1. School is bijzaak, hij is een druk kereltje en allesbehalve een stilzitter. Naar buiten wil hij, voetballen met zijn vriendjes. Zijn talent valt op, hij mag vervroegd door, komt in de eerste teams. Hij onderscheidt zich met zijn snelheid, techniek en gedrevenheid. Hij voetbalt bij de voetbalschool van FC Groningen. Wordt geselecteerd met het spel Vier tegen Vier, mag naar Zeist voor de landelijke finale, hij wordt eerste. Hij speelt zich in de noordelijke selectie, het wordt serieuzer, hij speelt doordeweeks wedstrijden. Arnold van der Kooi is verzorger, dat weet Lena nog goed.

‘Als moeder vroeg ik me wel eens af wordt dat niet te veel. Hij had nooit tijd voor wat anders, na schooltijd móest hij voetballen. Maar ik wist dat dit het allerliefste was wat hij deed.’

De sloot in Kampen

Kiekje van een elftalfoto van Dennis. Gehurkt. Naast hem Rick Setz. Jongens met bravoure. Niet zichtbaar is het vlechtje in de nek - symbool van extra stoer. Henk is leider, hij staat rechtsboven, de sportieve vader in trainingspak. Inmiddels durft hij het weer aan om zelf een bal te trappen, bij Lewenborg 5. Een foto eerder staat opa Loer langs de lijn, vaste supporter van zijn kleinzoon.

In 1995 ploft een brief van FC Groningen op de deurmat. De club gaat voor het eerst starten met C-junioren, Dennis is geselecteerd. Als ouders best veel vragen, wat houdt dit in? Er volgt een gesprek, ze gaan akkoord. Dennis’ reactie: ‘Helemaal te gek.’

In het clubblad schrijft Dennis een stukje, hij neemt afscheid van zijn ploegmaatjes bij Lewenborg. ‘Maar dat ik uitgekozen werd voor FC Groningen had ik wel gedroomd maar niet verwacht. Alle jongens van C1 bedankt voor het leuke seizoen en mijn afscheidscadeau (de sloot in Kampen) en als ik kan kom ik zeker bij jullie kijken.’

‘Pitbull’

Martin Koeman zwaait de scepter bij de jeugd van de FC. Getraind wordt er op Laan Corpus den Hoorn. Ze voetballen tegen jeugd van andere BVO’s, doen mee aan een toernooi in Frankrijk. Henk en Lena treffen ook hier een hechte groep ouders, zoals ze gewend zijn, al wordt het familiegevoel bij Lewenborg best gemist. Dennis zit inmiddels in de brugklas van de sportstroom op het Noorderpoortcollege. ‘Later’ wil hij iets met computers gaan doen. Maar ‘later’ bestaat nog helemaal niet. De bal is het enige dat telt.

Dennis wordt teamgenoot van Arjen Robben en Arnold Kruiswijk. Zijn trainers zijn onder meer Hans Robben en Barend Beltman. Lena bewaart er fijne herinneringen aan. Beltman gaf Dennis de bijnaam ‘pitbull’. ‘Eerst stond hij rechtsbuiten, na een tijdje rechtsback. Vanwege zijn overzicht. Dat is eigenlijk altijd zijn plek gebleven.’ Jazeker’, lacht Lena, ‘was ik blij met die plek. Als verdediger krijg je toch minder opdonders, als moeder zie je liever dat je kind uitdeelt in plaats van moet incasseren. Al maakte het Dennis niet uit waar hij stond. Hij wilde ook wel spits staan of keeper.’

Mentaal is hij sterk en hard voor zichzelf. Wat er ook gebeurt, hij huilt niet. Bij blessures zijn er pijnstillers en injecties of hij verbijt zich. Als hij in duel wordt uitgedaagd staat hij erboven, hij laat zich niet uitlokken, hij lacht en loopt erbij weg. Is niet snel onder de indruk, grote namen van tegenstanders motiveren hem juist. Hij is gewend om concurrentie te hebben, hij ervaart daardoor geen extra druk. Gewoon de wei in, voetballen en alles geven.

Loer junior schopt het tot het tweede elftal van FC Groningen, De Beloften, en traint mee met de eerste selectie. Uiteindelijk lukt het hem net niet de laatste stap te maken. Een teleurstelling voor hem, dat zeker. Maar snel de blik weer vooruit, kijken wat wel mogelijk is.

Publiekslieveling

Hij gaat naar Achilles 1894 in Assen, waar hij een seizoen speelt. Dan wordt hij gevraagd door Harkemase Boys. Hij twijfelt niet. Roemruchte Friese club, met veel ambiance en publiek rijen dik. Hij beleeft er zes vette jaren, in de hoofdklasse - en later topklasse -, de Champions League van het amateurvoetbal. Alle jaren basisspeler, de kleine grote man op rechts, voor niemand bang, met 35 competitie-doelpunten. Zijn werklust valt in de smaak bij het volk, heuse publiekslieveling, een speler waarmee je je wilt identificeren. Hij geniet met volle teugen, net als zijn ouders. ‘Prachtig om mee te maken. Ook als familie werd je hartelijk ontvangen. In een speciale ruimte, met een bitterbal en een drankje, een warme club.’

In zijn laatste seizoen krijgt de twintiger te maken met ernstig blessureleed; hij scheurt zijn kruisband. Na de operatie volgt intensieve revalidatie. De buitenwacht twijfelt of hij ooit weer op het hoogste amateurniveau zou kunnen uitkomen. Die twijfel maakt hem mentaal alleen maar sterker. Hij komt terug, hij weet het zeker. Net als Henk en Lena die hun zoon kennen.

Hij vertrekt naar WKE, ook in de topklasse. Speelt er samen met Anton Jongsma die hij nog kent uit de periode bij Groningen. Blijft er drie jaar.

Kleine gebaar

Ten slotte maakt hij de overstap naar de club in zijn woonplaats Ten Boer. Bij Omlandia zijn ze maar wat blij met zijn komst, zijn ervaring en zelfvertrouwen straalt af op de ploeg. Het publiek omarmt het Ten Boerster equivalent van Real Madrids back Marcelo, met op hoge snelheid opstomen naar voren als handelsmerk. Aanhangers van de tegenstander herkennen hem in een split second, hij is een speler waar rekening mee wordt gehouden. De schrijfster van dit stukje weet nog goed hoe ze haar vriendin drie jaar geleden voor de eerste keer meenam naar het voetbalveld. De vriendin keek naar links, keek naar rechts en jubelde stellig: ‘Die kleine snelle, dat is mijn favoriet!’

Lena vertelt over het plezier dat ze als gezin beleven op het voetbalveld. Al die aardige mensen, ouders, trainers en voetballers die op je pad komen. Jazeker is ze trots op hem, op zijn inzet en zijn wil om te winnen. Iets wat ze graag ziet op het veld; er volledig voor gaan, alles geven, dat was wat zij en Henk hun kinderen voorhielden; als je maar je best doet, daar gaat het om. Alle jaren dat ze haar diensten in het ziekenhuis erop aanpast; de zaterdag- en eerder zondagmiddag is voor het voetbal. Als het spel goed is zegt ze het, als het niet goed is zegt ze het ook. ‘Eigenlijk kritischer dan Hendrik’, lacht ze. Fijn om samen met je zoon het voetbal te beleven. ‘Het kleine gebaar dat hij maakt tijdens de warming-up, dat hij je ziet staan, dat hij waardeert dat je er weer bent.’

Haar wereld

Op de kast staat een stenen bokaal, met cellotape wordt de deksel vastgehouden. Een fraai aandenken, echte blikvanger. In gekleurde letters staat onder het logo van de Harkemase Boys geschreven: Speler van het jaar 2004-2005: Dennis Loer. Lena is er zuinig op, hier in huis kan er niks mee gebeuren.

Eind februari 2017 overlijdt Henk. Tot het laatst is hij betrokken bij het voetbal, zo is hij nog een seizoenlang trainer van de A-junioren, iets wat eigenlijk niet meer kan, maar dat hij beslist wil, zo voetbalminded als hij is. Kort na zijn overlijden maakt Lena de gang naar het voetbalveld. Wat knap dat je dat doet, zeiden mensen. Voor haar was het vanzelfsprekend. Voor Dennis, voor haar dochter die meeging, voor haarzelf. Omdat het voetbal ook haar wereld is.

Lena blijft knippen en verzamelen. En supporteren. Hendrik zou er trots op zijn.

Column Ursula

07 maart 2018, 19:44
10 januari 2018, 19:35
De vader van Alex Pijper (Column Ursula)
29 september 2017, 08:56
Pelikaan Bert Noordhof (Column Ursula)
17 augustus 2017, 20:09
Sfeer (Column Ursula)
26 juni 2017, 09:54
U bevindt zich hier: Start Nieuws Column Ursula De moeder van Dennis Loer