Please update your Flash Player to view content.
Please update your Flash Player to view content.
Please update your Flash Player to view content.

Pelikaan Bert Noordhof

Denkend aan De Pelikanen denk ik aan Bert Noordhof, denkend aan Bert denk ik aan gras. Deze poëtische gedachte vraagt om een gesprek. Onze ontmoeting heeft echter enige voeten in aarde. Bert blijkt de enige Nederlander zonder mobieltje. Ik app derhalve zijn voetbalkameraad Bart. Wat volgt is een afwijzing. ‘Bert wil niet. Hij vindt je een lieve meid, maar hij wil geen interview. Hij wil niet op voorgrond.’

Wat in tussentijd heeft afgespeeld is onbekend, maar Bert keuvelt er flink op los deze vrijdagochtend. Het is 30 juni, de dag voor de officiële fusiedatum. Geboorte van een nieuwe club: DVC Appingedam. Zoals Bert is een man van het gras, ben ik een vrouw van het gras. Daarom veel instemmend geknik. Zielsverwantschap op het Burgemeester Welleman Sportpark.

Liefdevol vertelt Bert over zijn grasmat. Samen met de andere jongens van de onderhoudsploeg de doordeweekse ochtenden paraat. De belijning, dat is zijn taak. Bij uitwedstrijden in de derde klasse C had hij dit seizoen trots geconstateerd: nergens zo’n goed veld als bij ons. Geheim zit ‘m in het intensieve bewerkingsproces. Schrapen van het gras, bezanden, vlaktrekken, graszaad erin, extra aandacht voor het strafschopgebied.

Bert heeft een aanstekelijke lach die hij om de vijf zinnen inzet. Hier en daar moet ik streng zijn en hem terugvoeren naar het onderwerp. ‘Bert, terug naar 1979, je blessure.’ Ander lastig punt dat hij zóveel namen noemt en hij veronderstelt dat ik ze ook allemaal ken (‘dei kinst doe ook wel’), waarbij hij vergeet dat we twintig jaar schelen en ik niet van hier ben. Het tekent Noordhof; ontelbaar veel mooie herinneringen, fijne ontmoetingen, enorm gelachen. Hij wil niemand overslaan.

Jonge Bertus

Als kleine man altijd met de bal bezig. Grote groepen kwamen bijeen op het Hipposterrein. Gaat er berefanatiek aan toe, er wordt geselecteerd, prestigestrijd om bij de 22 te komen die mee mogen doen. Bert is de balafpakker. Dat zou altijd zo blijven. Samen met kameraad Kor Evenhuis. Op zijn twaalfde kan hij lid worden. Bij De Pelikanen, dat staat vast. Honkvast bleef ie. In de jeugd zit hij niet bij de standaardelftallen, hij moet er hard voor werken. Bij de A-junioren komt het besef: ik wil in dat eerste elftal. Knokt zich erin. De aanvoerder zoekt hem persoonlijk op, Bert staat met Kor op het hoekje bij de Gereformeerde kerk: ‘Jullie staan morgen beiden in de basis.’ Uit bij Poolster. Bertus Noordhof is achttien, het is 1970.

Hij staat erin en raakt zijn plek niet meer kwijt. Rechtsback. Echte mandekker. Gezellige tijd en geeft goed gevoel dat je mag uitkomen in het vlaggenschip. Op een elftalfoto staat hij tweede van links. Woeste bos donkere krullen, zeemansbaard. Maar ook een gezichtsuitdrukking die als ‘bleu’ te omschrijven is. Ik vraag Bert hoe dit zit. ‘Inderdaad was ik een verlegen kereltje destijds, maar ik moet zeggen door het voetballen kreeg ik wel het nodige zelfvertrouwen. Ik werd driest.’

‘De rokjesmannen’

Stukje verderop hangt een collage van de jaarlijkse feestavond van Peli. Ieder elftal doet een toneelstukje. Op doordeweekse avonden wordt driftig geoefend. Bert is organisator, samen met zijn vrouw Wilma, en fanatiek bij de sketches. Hij beleeft hier ontzettend veel plezier aan. Wijst op een kiekje waarop hij met twee anderen een act opvoert, ze zijn ‘de rokjesmannen’. Hij schiet weer in de lach, zo leuk. We zitten vermoedelijk in the early eighties; de krullen zijn wat getemd, de verlegen blik is foetsie.

En als ik nu naar Bert kijk; roze broek (‘kiek, mit tandpastavlek’), strak turquoise T-shirt, bungelend halskettinkje, vrijuit vertellend en vrolijk, zie ik: Bert wordt ieder jaar een beetje jonger. Iemand met wie het heerlijk kletsen is, waarmee je kunt lachen. Met een aura van vertrouwd en gemoedelijk. Of je elkaar lang kent. En ik betrap mezelf op de gedachte: zoals Bert mochten er meer wezen.

In de jaren zeventig wordt de eerste kantine gebouwd, nog zonder kleedgebouwen. Gedoucht wordt er niet of men neemt een duik in een voederbak van naburig vee. Bert wordt in het eerste elftal nimmer kampioen. Klaas Timmer is een van zijn trainers, ‘hele aardige man.’ Hij voetbalt lang samen met Klaas Bos, ze zijn echte ploegmaten. Klaas staat laatste man en libero. Memorabele wedstrijd is tegen Omlandia wanneer Berts directe tegenstander de sterke Wim van de Heide is. ‘Mijn opdracht was Wim in toom houden. En wat denk je? Hij heeft geen bal gehad, ik had hem volledig in de zak.’ Glunderende ogen bij het vertellen.



De smoor in

Bij Bert gaat presteren en gezelligheid hand in hand. ‘Soms heerste er een sfeer, ook later in mijn tijd als elftalleider proefde ik dat wel van ‘als het maar gezellig is’. Dan ontbrak het aan ambitie. Daar kon ik niet goed tegen, een nederlaag, dan had ik flink de smoor in. Dat was ook zo weer over, maar ik vond wel, je moest alles geven.’

In 1979 stopt zijn carrière abrupt nadat hij zijn kruisband ernstig beschadigt. ‘Nota bene de dag na de geboorte van onze oudste dochter Inge. Mijn vrouw had nog gezegd, gaist doe mor mooi voetballen.’ Hij deed nog enige pogingen om terug te keren, maar tevergeefs. De knie bleef opspelen.

Jeugdleider is zijn nieuwe roeping. D2, B2, B1, samen met Klaas Bos. Daarna de overstap naar de A- junioren. Training en coaching. Misschien wel de mooiste tijd. Alles klopt, hele fijne groep, ook als begeleiding klikt het. Elftal met René van der Duin, Erik Damhof, Jeroen Lulofs (zijn pa Bert was grensrechter), de gebroeders Metz. In de winter wordt getraind op gravel. Vaste prik is de oefening ‘twee keer raken’, als het goed gaat door naar ‘één keer raken’. Bert geniet ervan.

Dan de stap naar elftalleider van het eerste. Hij komt zijn A-junioren weer tegen, inmiddels grote mannen. Met onderbreking van een jaar (hij stopte maar wordt weer benaderd) in totaal twintig jaar. Hij omschrijft zichzelf als iemand die ertussen staat, één van de jongens, niet van de overdreven strenge regels. ‘Als een speler een sigaretje rookte vond ik dat dat moest kunnen.’

Op het appèl

Tal van hoogtepunten maakt hij mee met zijn spelers. In 2006 thuis kampioen geworden in de derde klasse na winst op De Heracliden, Jan Vriemoedt scoort acht minuten voor tijd de verlossende 2-1. ‘Wat een spanning, er moest gewonnen worden, ik hield het niet meer. Geweldige entourage, op de kar door de stad, groot feest.’ Of de onvergetelijke trainingskampen in Roderesch. ‘Voor een groep is dat heel bindend. Flink trainen, van slapen komt zoals dat gaat weinig terecht, maar om 9.30 verschijnt iedereen toch weer op het appèl.’

Onbetwiste highlights zijn tevens de ontmoetingen met profclubs, onder andere wanneer Peli feestelijk jubileert. In 1988 komt FC Antwerp. Jan Idema is trainer in Appingedam. Spits bij Peli is Ruud Medema. ‘Echte goalgetter, scoorde uit onmogelijke hoeken.' Ruud is de schoonvader van Arnold Kruiswijk en is jarenlang buurman van Bert. In 1991 bestaat Peli veertig jaar. PSV meldt zich, met Van Breukelen en Koeman. (‘Romario zat nog in Brazilië.’) De dochter van Bert is pupil van de week. Waarvan acte op de grote foto met beide ploegen in de kantine. Tien jaar later komt FC Groningen. En wordt er datzelfde jaar, 2001, aangetreden tegen Lucky Ajax.

Kippenvel

Noordhof maakt diverse trainers mee. ‘Kees Bouma springt er voor mij echt bovenuit. Trainers zeggen wel ‘ik kan spelers beter maken’, maar ik geloof daar niet in. Zeker in de wat lagere regionen van het amateurvoetbal is dat gewoon niet zo. In die twee keer anderhalf uur trainen maak je een voetballer niet beter. Wat wel kan is een téam sterker maken. Daarin vond ik Kees Bouma erg goed en datzelfde geldt voor Jan Idema en Klaas Jan Moesker. Trainers die hamerden op teamgeest, conditie en duelkracht. Daar kun je het verschil maken is mijn mening.’

‘Soms hoor je trainers zeggen: die voetballer heb ik ontdekt, of het hun verdienste is. Grootste flauwekul. Zoiets komt toevallig op je pad. Dat heb ik gehad met René van der Duin, dat gaf me een heel blij gevoel toen hij bij FC Groningen ging spelen. Toen hij scoorde tegen Feyenoord kreeg ik kippenvel.’

Tot 2010 is hij elftalleider. Heeft zich al voorgenomen dat als hij zou stoppen met werken, hij deel wil uitmaken van de onderhoudsploeg. In 2012 stopt het werk bij het tandtechnisch laboratorium, werk dat hij 43 jaar met veel plezier deed en waar hij bovendien zijn grote liefde Wilma ontmoette, ze waren collega’s. Voor hen geen ingewikkeldheden zoals dat soms ging in Appingedam, ‘een Damster- jongen met een Pelikanen-meisje, dat lag heel gevoelig.’ Nee, Wilma kwam van Kloosterburen, waar ze deel uitmaakte van het damesteam. Later bij de Pelikanen werd ze leidster bij de meisjes.

Bert is in zijn element in de onderhoudsploeg. Naast de belijning verricht hij alle voorkomende werkzaamheden. Verven, een keer een kraan vervangen, onderhoud van de materialen, overleggen. ‘Mensen denken weleens; het seizoen is toch afgelopen dan hoeven jullie ook niet meer aan de bak, maar zo werkt dat niet, het onderhoud gaat altijd door.’

Biertje kwiet?

Bert is trouwe supporter van Peli 1. Uit en thuis, altijd van de partij. Samen met zijn voetbalmaten Bart Beukema, Gerrie de Groot, Klaas Jilderda, Ayold Rentema. Vast hoekje in de kantine. Alles wordt besproken. Nu enige inside-information. Naar verluidt is een vast ritueeltje dat als Bert een shagje gaat roken bij terugkomst zijn biertje verdwenen is. Zijn makkers genieten van zijn zoekende blik. ‘Bist dien biertje kwiet, Bert?’ Op een onbewaakt ogenblik zetten ze snel het goudgele schuim weer terug. Genieten wederom van Berts verbaasde hoofd en zeggen: ‘Kiek Bert, dien biertje stait d’r ja gewoon.’ Iedere zaterdagmiddag opnieuw leuk.

Bert kijkt vertrouwensvol vooruit, de fusie is een feit. Wat hem betreft waren er betere namen te bedenken geweest, sensitief als hij is als het gaat om geschiedenis. Een naam met strokartonfabriek De Eendracht, of iets met Fivelstad. Ook is het best slikken dat het nieuwe hoofdveld (van voorheen de buurman) nog niet het zijne is, met het gras waar hij zo trots op is. Het zij zo. Afwachten maar. Ook komend seizoen is hij weer van de partij. Ik vraag hem wat hij na al die jaren kenmerkend voor De Pelikanen vindt, wat hem zo aanspreekt in zijn cluppie. Er volgt een snel antwoord zonder twijfel. ‘Dat we altijd ontzettend veel lol hebben met elkaar.’

Bert zet me thuis weer af. Ik heb gezegd op de fiets te zullen komen maar de rechtsback van weleer wijst dit resoluut af : ‘Niks d’r van, ik hol die op en breng die thoes.’ We zwaaien terwijl het Peli- vaantje danst aan de achteruitkijkspiegel en ik nu zeker weet: Bert is voorgoed een echte Pelikaan.

Column Ursula

Pelikaan Bert Noordhof (Column Ursula)
17 augustus 2017, 20:09
Sfeer (Column Ursula)
26 juni 2017, 09:54
Voetbalman Gerard Jacobs (Column Ursula)
05 mei 2017, 20:25
Trainer Dick Scholtens (Column Ursula)
18 april 2017, 10:04
Voetballer Luuk Brands (Column Ursula)
28 maart 2017, 18:15
De A-junior (Column Ursula)
01 maart 2017, 19:46
Trainer Dick Visser (Column Ursula)
07 februari 2017, 21:41
De voetbalclub (Column Ursula)
22 januari 2017, 19:06
Twee Koemannetjes (Column Ursula)
03 oktober 2016, 18:44
U bevindt zich hier: Start Nieuws Column Ursula Pelikaan Bert Noordhof